Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Commissie

dinsdag 8 september 2026

19:30 - 22:00
Locatie

Raadszaal

Voorzitter
Bert Albring
Toelichting

Commissie

Uitzending

Agendapunten

  1. 1
    Opening & mededelingen
  2. 2

  3. 3

    1. De heer Van den Horst spreekt in namens de bewoners Trekkersweg 14, 15 en 16 over de plannen voor een XXL distributiecentrum  aan de gemeentegrens Coevorden/Emmen
    2. Mevrouw Zwaan spreekt op persoonlijke titel in over de wolf in de gemeente Coevorden, provincie Drenthe en Nederland

  4. 5

  5. 6.1

  6. 8

    Beantwoording door portefeuillehouder Sandra Katerberg n.a.v. vragen van raadslid Theo Vinke (BBC2014) tijdens de commissievergadering:

    1. Op welke specifieke BBV-bepaling baseert het college de keuze om de € 400.000 voor sloop, sanering en bouwrijp maken rechtstreeks ten laste van de exploitatie te brengen?
      Om dit uit te leggen moeten we sloop, sanering en bouwrijp maken apart van elkaar zien. Voor wat betreft de sloopkosten en het bouwrijp maken:
      Als de sloop is gerelateerd aan de nieuwbouw, dan behoren de grond en sloopkosten tot de in artikel 63 BBV bedoelde verkrijgings- of de vervaardigingsprijs van het nieuw te bouwen schoolgebouw. Sloopkosten en de kosten voor het bouwrijp maken kunnen we daarmee scharen onder de vervaardigingskosten van het nieuwe gebouw en daarmee activeren. Voorwaarde is dat de sloop direct is gerelateerd aan de nieuwbouw en de nieuwbouw plaats vindt op de locatie van de te slopen panden. Aan deze voorwaarde wordt niet/niet geheel voldaan, de sloopkosten en kosten voor bouwrijp maken worden daarom direct ten laste van de exploitatie gebracht.
      Uit de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV blijkt dat kosten voor bodemsanering geen investeringen zijn, dus direct ten laste van de exploitatie worden gebracht.
    2. Hoe verantwoordt het college dat de solvabiliteit verder daalt tot onder de in het eigen financiële beleid genoemde bandbreedte van 30% tot 40%?
      In de kaderbrief 2026 is afgesproken om de ondergrens van 30% tijdelijk los te laten en een absolute ondergrens van 20% te hanteren. Als de solvabiliteit in een meerjarenbegroting onder de 25% komt, is een meerjarig verbeterplan nodig. Voor 2026 verwachten we dat de ondergrens niet wordt overschreden.
    3. Het college geeft aan dat de kosten voor sloop, sanering en bouwrijp maken gezamenlijk ongeveer € 1 miljoen bedragen, waarvan € 800.000 voor sloop en sanering en € 200.000 voor bouwrijp maken. Kan het college aangeven waarom voor alle onderdelen dezelfde BBV-verwerking wordt gehanteerd en of met name de kosten voor bouwrijp maken geheel of gedeeltelijk activeerbaar zijn?
      Zie antwoord onder 1. “
  7. 9

    Reactie portefeuillehouder Bergsma over aanleveren stukken n.a.v. vragen burgercommissielid Bibi de Vries (VVD) tijdens de commissievergadering:


    “De Veiligheidsregio en het Veiligheidsberaad geven aan geen aanvullende stukken te hebben op de statuten en governance. Ook is er geen begroting van de Stichting. Enkel de volgende info heb ik doorgekregen:
    Governance

    • In de stichting participeren de 25 veiligheidsregio's en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
    • Uit hun midden worden bestuursleden afgevaardigd.
    • Gemeenten zijn niet rechtstreeks vertegenwoordigd in de sturing van de stichting; de gemeente wordt vertegenwoordigd via de eigen veiligheidsregio (voor Coevorden via de VRD).
    • De voorgestelde stichting betreft vooral het juridisch vastleggen van een samenwerkingsvorm die feitelijk al bestaat.

    Statuten en juridische borging

    • De statuten vormen de juridische basis van de stichting en zijn nog in ontwikkeling.
    • De conceptstatuten zijn op dit moment nog niet beschikbaar.
    • Bespreking van de statuten staat gepland voor december in het Veiligheidsberaad.
    • Het landelijke proces voorziet erin dat de veiligheidsregio's eerst hun besluitvorming doorlopen (dus met de gemeenten), waarna de oprichting van de stichting verder wordt uitgewerkt.
    • Volgens de VRD is eerder bij twee andere deelnemingen aan een stichting eveneens besloten zonder dat vooraf statuten beschikbaar waren.
    • Naast borging in de statuten is de bedoeling dat deze constructie bij een volgende wijziging van de Wet veiligheidsregio's ook wettelijk wordt verankerd.

    Financiën

    • De stichting wordt gefinancierd uit bestaande landelijke, geoormerkte middelen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor bovenregionale crisisbeheersing.
    • Deze middelen zijn reeds beschikbaar; er worden geen aanvullende bijdragen van gemeenten gevraagd.
    • Een deel van de landelijke middelen die beschikbaar zijn voor de veiligheidsregio's wordt centraal ingezet voor gezamenlijke activiteiten.
    • Vanuit deze landelijke middelen gaat € 4,6 miljoen naar KCR2.
    • Volgens de VRD heeft dit geen financieel effect op de begroting van de Veiligheidsregio Drenthe; het betreft een andere organisatorische en juridische vormgeving van reeds bestaande activiteiten.
    • Het besluit over deze financiering is genomen door de minister van Justitie en Veiligheid. De onderliggende ministeriële brief is bijgevoegd.

    Openstaande punten waar we geen duidelijkheid op krijgen

    • Conceptstatuten zijn nog niet beschikbaar.
    • Er is nog geen (concept)begroting van de stichting verstrekt waaruit de kostenopbouw blijkt.
    • Nog niet inzichtelijk gemaakt is hoe de € 4,6 miljoen precies wordt verdeeld over activiteiten en kostenposten binnen de stichting.
    • Evenmin is duidelijk gemaakt op welke wijze raden inzicht krijgen in de financiële verantwoording en het toezicht op de besteding van deze middelen.”
  8. 12

    Reactie van portefeuillehouder Bloemberg n.a.v. vraag van burgercommissielid René Fleurke (VVD) tijdens de commissievergadering: "Waarom is door Green Energy Storage specifiek voor deze locatie gekozen?".


    “De locatie ligt direct naast het bestaande 110 kV-station in Coevorden. Hierdoor kan worden volstaan met een zeer kort kabeltracé, wat zowel de ruimtelijke impact als de aanlegkosten beperkt. Daarnaast sluit de ontwikkeling goed aan bij de bestaande omgeving, waar al energiegerelateerde infrastructuur aanwezig is, waaronder het hoogspanningsstation en het naastgelegen zonnepark. Hierdoor sluit het initiatief aan bij reeds aanwezige functies.


    Verder bevindt de locatie zich op ruime afstand van woonbestemmingen, waardoor mogelijke effecten voor omwonenden zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Een alternatieve positionering aan de andere zijde van het hoogspanningsstation is eveneens beschouwd, maar zou hebben geleid tot een kleinere afstand tot woningen. Daarmee had met name het aspect geluid mogelijk een beperkende factor kunnen vormen bij de verdere ontwikkeling en inpassing van het batterijsysteem.


    Daarnaast betreft het een terrein dat momenteel niet meer voor agrarische doeleinden wordt gebruikt, waardoor geen actief landbouwkundig gebruik wordt verdrongen. Tot slot is de locatie vanuit twee windrichtingen bereikbaar, wat een belangrijke voorwaarde is vanuit de Veiligheidsregio voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Op basis van deze combinatie van technische, ruimtelijke, milieukundige en praktische overwegingen is de initiatiefnemer tot de conclusie gekomen dat deze locatie de meest geschikte optie is voor de realisatie van het batterijsysteem.”

  9. 13
    Sluiting